Interactieve presentatie · klik op alles voor uitleg
Theory of Constraints
Elke organisatie heeft op elk moment precies één rem op haar doorzet. Verbeter je ergens anders, dan verandert er niets. Deze sessie gaat over het vinden van die rem, en wat je er dan mee doet.
Dit is een sessie over Theory of Constraints, de theorie van Eliyahu Goldratt uit zijn boek The Goal. Niet als theorie om te kennen, maar als lens om te kijken naar jullie eigen keten: waar zit de rem, en doen we daar iets aan of zijn we druk ergens anders.
Drie woorden om vast te houden: vinden, richten, herhalen. De rem vinden, alles erop richten, en opnieuw beginnen zodra hij verschuift.
Dit deck leunt op de vault-notitie theory-of-constraints en op de werkwijze van het iAi-model.
Als je één zin onthoudt: een keten is zo sterk als de zwakste schakel. Dat klinkt als een tegeltje, maar de consequentie is hard. Alles wat je verbetert op een plek die niet de zwakste schakel is, verandert niets aan wat de keten als geheel levert.
Goldratt noemt die schakel de constraint. Er is er altijd één. Niet nul, en zelden meer dan één tegelijk.
Een versimpelde keten: orders binnen, planning, productie, controle, verzending. Elke stap kan een aantal orders per dag aan. Productie kan er zes. Dus wat levert de keten? Zes. Niet het gemiddelde, niet de som: de laagste.
Klik op "planning sneller". De planning kan nu zestien per dag, en de doorzet blijft zes. Het enige wat groeit, is de stapel werk voor productie. Dat is het gele stapeltje. Klik op "controle sneller": zelfde verhaal.
Klik dan op "productie sneller". Nu gaat de doorzet omhoog, naar negen. En klik nog eens: productie kan twaalf, en de rem verschuift naar verzending. Dat is het hele verhaal in één plaatje: alleen verbeteren op de constraint telt, en daarna verschuift hij.
Het tempo waarmee het systeem geld verdient via verkoop en levering. Niet wat er gemaakt wordt, maar wat er afgeleverd en betaald wordt.
Al het geld dat in het systeem vastzit: materiaal, halffabricaat, werk in uitvoering, maar ook onafgemaakte projecten en open dossiers.
Het geld dat je uitgeeft om voorraad om te zetten in doorzet: mensen, machines, energie, licenties.
De winst zit bijna altijd in doorzet verhogen, niet in kosten knippen. Kosten hebben een bodem, doorzet niet.
Voordat je de constraint zoekt, moet je weten waar je op stuurt. Goldratt gebruikt drie meetlatten. Doorzet: wat verdien je, per dag, per week. Voorraad: alles wat vastzit en nog niets heeft opgeleverd. Bedrijfskosten: wat het kost om het systeem te laten draaien.
De meeste verbeterprogramma's zitten op de derde: kosten omlaag. Maar kosten hebben een bodem. Doorzet niet. Daarom kijkt ToC eerst naar wat de doorzet begrenst.
Het maken van je product of dienst: de stappen van vraag tot geleverd en betaald.
Vraag, capaciteit, aanvoer, geld, aandacht. Te weinig van één ervan: dat is de constraint.
Welke regels sturen werk en middelen? Soms is een regel zelf de rem.
Lag: halen we het doel. Lead: waarom niet. Compliance: volgen we de regels.
"Het doel van alle wetenschap is zichtbare complexiteit te vervangen door onzichtbare eenvoud."Jean Baptiste Perrin, natuurkundige (1870-1942). Elke organisatie oogt complex; de constraint is de eenvoud eronder.
Voordat je iets verbetert: wat verbeter je eigenlijk? Een systeem. Elk systeem heeft vijf delen. Een doel. Werk om dat doel te halen. Middelen om het werk te doen. Regels om werk en middelen te sturen. En metrieken die feedback geven: lag, halen we het doel; lead, waarom niet; compliance, volgen we de regels.
De klassieke aanpak verbetert elk deel apart. Dat levert betere delen op, geen beter systeem. De som van lokale verbeteringen is geen systeemverbetering. Het middel waar je te weinig van hebt, dat is de constraint, en daar zit de hefboom. Perrin zei het al: alle wetenschap vervangt zichtbare complexiteit door onzichtbare eenvoud. Bij een organisatie is de constraint die eenvoud.
Welke schakel begrenst de doorzet naar het doel? Kijk waar het werk zich opstapelt.
Haal er alles uit zonder te investeren: geen stilstand, geen verspilling, alleen werk dat er echt doorheen moet.
Maak de rest ondergeschikt aan het tempo van de constraint: de rest volgt, en draait niet harder dan hij aankan.
Pas als stap 2 en 3 niets meer opleveren: investeer in meer capaciteit op de constraint.
De constraint is opgelost en verschuift. Terug naar stap 1. Laat gewoonte niet de nieuwe rem worden.
Goldratt geeft vijf stappen. Eén: identificeer. Twee: benut, haal eruit wat erin zit zonder geld uit te geven. Een machine die een uur per dag stilstaat omdat de operator pauze heeft, is een gratis uur capaciteit. Drie: volg, de rest van de organisatie maakt zich ondergeschikt aan het tempo van de constraint. Dit is de moeilijkste stap, want het betekent dat andere afdelingen bewust minder doen.
Vier: verhoog, pas nu investeren. En vijf: opnieuw, want de constraint is nu ergens anders. De valkuil is dat de regels die je bij stap 2 en 3 maakte blijven hangen terwijl de constraint allang verschoven is. Dan is de gewoonte de nieuwe constraint.
In productie heet volgen drum-buffer-rope. De constraint is de drum: hij slaat het ritme. Voor de drum ligt een buffer, een kleine werkvoorraad, zodat hij nooit stilstaat. Een uur verloren op de constraint is een uur verloren voor de hele keten, dat haal je nergens in.
En het touw koppelt de instroom aan het ritme van de drum: er komt niet meer werk het systeem in dan de constraint aankan. Zo blijft de stapel klein en de doorlooptijd kort. Buiten productie werkt het precies zo: een helpdesk, een analyseteam, een goedkeuringsstap.
Hoe kies je, uit alles wat je kunt verbeteren, dat ene dat je moet veranderen? Door op elke stap één wat aan één hoe te koppelen. Nooit één op veel.
Eén doel, inkomen of impact. Eén middel waar je niet genoeg van hebt. Snelle check: waar wacht het werk op?
Achter het tekort zitten problemen. Eén ervan verklaart minstens de helft. Dat is het probleem van nu.
De oplossing botst met de status quo. Elke kant heeft eigen voor- en nadelen. Schrijf het conflict uit.
Een oplossing zonder afruil: alle voordelen, geen van de nadelen. Dat is de eis aan de oplossing.
Toets één aanname: hebben we nu meer van het schaarse middel? Daarna terug naar paar 1.
De vijf focusstappen zeggen waar je duwt. Alan Barnard, leerling van Goldratt, maakt er een werkwijze van die op elk niveau herhaalbaar is: vijf paren, elk een één-op-één-relatie tussen een wat en een hoe. Doel en constraint: één doel, één middel waar je te weinig van hebt. Constraint en probleem: het tekort bestaat uit problemen, en de 80/20-regel geldt ook binnen die 20 procent, dus één probleem verklaart minstens de helft van het gat.
Probleem en conflict: de oplossing is één kant van een conflict met de status quo, en zolang je dat conflict niet uitschrijft, zit je vast of overreageer je. Conflict en innovatie: een oplossing zonder afruil, alle voordelen en geen van de nadelen, dat is de eis. En innovatie en experiment: toets één aanname, hebben we nu meer van het schaarse middel. Dan terug naar het begin: zelfde constraint, volgend probleem; constraint verschoven, opnieuw.
Het tegenargument dat we het vaakst horen: bij ons zit het overal. Dat voelt zo, maar het klopt zelden. Druk zijn is niet hetzelfde als de constraint zijn. Kijk naar waar het werk ligt te wachten, niet naar wie het hardst loopt.
En een eerlijke kanttekening: ToC vertelt je waar je moet duwen. Niet hoe hard, en niet of het mag. Mensen, markt en mandaat hebben grenzen die niet in het model zitten. Soms is de constraint ook geen machine of afdeling, maar een regel. Daar gaat de volgende slide over.
Een voorbeeld van discipline. In een workshop van Alex Hormozi had iedereen eerst zijn doel en zijn constraint benoemd. Een chiropractor met te weinig capaciteit vroeg daarna naar leadgeneratie via Facebook. Het antwoord was hard: waarom vraag je daarnaar? Dat is niet jouw probleem. Jij zoekt meer capaciteit, zo goedkoop en veilig mogelijk.
Dat is ook waarom audits en best-practice-vergelijkingen zo vaak mislopen. Je vindt overal een gat, elk gat komt op de lijst, en niemand komt meer aan sturen toe. De enige uitweg is de één-op-één-relatie bewaken: één doel, één constraint, één probleem. De rest mag wachten, ook als het interessant is.
Een machine, een team, één persoon met een vaardigheid die niemand anders heeft.
Een goedkeuringsstap, een batchgrootte, een "zo doen we het hier". Vaak ooit slim, nu een rem.
De keten kan meer dan er verkocht wordt. Dan zit de constraint buiten de deur en is verkoop de schakel.
Het werk kan alleen gedaan worden door wie het weet. Dan is de overdracht de constraint, niet de uitvoering.
Vier plekken om te kijken. De eerste is de bekende: een stap die te weinig aankan. De tweede wordt het vaakst gemist: beleid. Een regel die ooit slim was, een goedkeuring die iedereen tegenhoudt, een batchgrootte uit een andere tijd. Een beleidsconstraint is goedkoop om op te lossen en moeilijk om te zien.
De derde is de markt: als de keten meer kan dan er verkocht wordt, is verkoop de schakel. En de vierde is kennis: als het werk alleen kan door wie het weet, is de overdracht de rem. Dat herken je aan "dat moet je aan haar vragen".
Bij ons is ToC geen losse theorie maar de motor onder het iAi-model. Nadat we een organisatie hebben ontleed, kern, hoofdgroepen, ketenprocessen, een eerste SIPOC, staan we voor de scherpste keuze van het traject: welk detailproces werken we als eerste uit tot requirements.
ToC geeft het antwoord: het proces dat de doorzet van de klant het meest begrenst. Bij een producent was dat de orderverwerking, omdat die de leverbetrouwbaarheid onder de 95 procent drukte. Dat proces eerst. En wij stellen onszelf dezelfde vraag in elk MT-overleg.
Eén lijn met de ketenstappen, een cijfer per stap (orders, dossiers, tickets per week), één rode stip.
Spelregel: één constraint. Bij twijfel kies je, en je toetst het in de volgende ronde.
Eén zin: "Onze constraint is X, want daar stapelt Y zich op, en volgende week doen we Z om hem te benutten."
Dat is het detailproces dat we als eerste uitwerken.
Nu jullie. Vier rondes, samen ongeveer zeventig minuten. Ronde één: teken de keten op één lijn, vijf tot acht stappen, van vraag tot geleverd en betaald. Geen organogram, een lijn.
Ronde twee: waar stapelt het werk zich op? Dat is de aanwijzing. De stapel ligt altijd vóór de constraint. Zet een rode stip. Ronde drie: wat doet die stap dat hij niet hoeft te doen? Dat is benutten. Ronde vier: wie draait sneller dan de constraint, en welke regel houdt hem tegen? Dat is volgen en beleid.
Het resultaat is één zin. Onze constraint is X, want daar stapelt Y zich op, en volgende week doen we Z. Die zin is het begin van het detailproces dat we als eerste uitwerken.
Typ direct in de vakken. De tekst blijft in deze browser bewaard, en met de knop kopieer je alles als tekst voor het verslag.
Dit is het stappenplan na de vier rondes. De rode stip uit ronde twee is paar 1: doel en constraint. Vul de rest samen in, hardop. Paar 2: welk ene probleem verklaart het grootste deel van het tekort? Paar 3: wat winnen en verliezen we als we het oplossen, en als we niets doen? Paar 4: hoe ziet een oplossing eruit zonder afruil? Paar 5: wat toetsen we volgende week, en waaraan zien we dat het werkt?
De tekst blijft in de browser staan en gaat met de knop als tekst mee naar het verslag. Eén regel per paar is genoeg. Wat er niet in één regel past, is nog geen keuze.
Drie beelden om het vast te houden. De ketting: je zoekt de schakel die het eerst breekt. De drum: één instrument bepaalt het tempo, de rest speelt niet harder. En de gerepareerde schakel: zodra hij sterk is, is een andere de zwakste.
En haal het op in plaats van het te herlezen. Morgen navertellen, over drie dagen de vijf stappen uit je hoofd, over tien dagen de eerlijke vraag: zat wat ik deze week verbeterde op de constraint?
Ons advies: begin geen verbetertraject, inrichting of AI-toepassing zonder eerst de ene zin op te schrijven: onze constraint is X, want daar stapelt Y zich op. Werk dat proces als eerste uit. De rest komt daarna, en vaak goedkoper.
Terug naar het begin: verbeter de zwakste schakel, de rest wacht. Vinden, richten, herhalen.
Ons advies om mee te nemen: begin geen verbetertraject, geen inrichting en geen AI-toepassing zonder eerst die ene zin op te schrijven. Onze constraint is X, want daar stapelt Y zich op. Dat proces eerst. Wil je dat samen doen, dan is een gesprek de volgende stap.